3D-printen is geen magische kopieermachine. Eerst moet een bruikbaar model worden gemaakt of gevonden en daarna moet materiaal, oriëntatie, passing en belasting worden gekozen.
Een sterk deel in PLA kan op een warme plek vervormen; een prachtig resinmodel kan te bros zijn voor een klikverbinding. De toepassing bepaalt de printkeuze.
Nee. Hoge temperatuur, grote structurele belasting, voedselcontact, elektrische isolatie of veiligheidskritische functies kunnen andere materialen of productiemethoden vragen. Soms is een geprint prototype wel nuttig om maat en vorm te testen.
Meet de functionele geometrie en bouw het model parametrisch waar mogelijk. Houd rekening met toleranties, printerkrimp en nabewerking. Voor organische vormen kan scannen helpen, maar maatkritische features moeten vaak alsnog worden gemodelleerd.
FDM-delen zijn anisotroop: laaghechting is meestal zwakker dan sterkte in het printvlak. Oriënteer belastingen en kritische oppervlakken bewust en gebruik supports alleen waar nodig.
3D-printen omvat zowel ontwerp als filament- en resinprinten. Digitale modelvoorbereiding kan ook raken aan Digitaal.