Een apparaat dat niet meer werkt is niet automatisch “total loss”. Een connector, schakelaar, voeding, condensator, kabel, lager of vervuild contact kan een klein defect zijn met een groot zichtbaar gevolg.
Een goede beoordeling begint met wat het apparaat deed vlak vóór de storing, wat nu nog wel werkt en of veilig meten mogelijk is. Daarna pas komt de vraag of reparatie, onderdelenwinning of vervanging de verstandigste route is.
Merk en type, symptomen, eerdere reparaties, zichtbare schade, geur, geluid, temperatuur en omstandigheden waaronder de fout ontstond. Neem voeding, kabels en accessoires mee als die onderdeel van de storing kunnen zijn.
Wanneer veiligheid niet betrouwbaar kan worden hersteld, cruciale onderdelen onbeschikbaar zijn zonder realistisch alternatief of de schade zo omvangrijk is dat een vervangend apparaat veel verstandiger is. Dat oordeel moet op inspectie rusten, niet op leeftijd alleen.
Omdat willekeurig vervangen nieuwe fouten kan introduceren en de oorspronkelijke oorzaak kan maskeren. Metingen aan voeding, signalen, weerstand of temperatuur geven een hypothese die daarna gericht kan worden getest.
Dit sluit aan bij Algemene reparatie en, voor elektronische apparatuur, Elektronica.