Een prototype hoeft niet meteen mooi of compleet te zijn. Het eerste doel is één onzekerheid testen: past het mechanisme, is het signaal meetbaar, werkt de sensor, houdt het materiaal of begrijpt een gebruiker de bediening?
Door grote ideeën in kleine tests te splitsen wordt sneller duidelijk wat werkt en wat nog niet. Daarna kunnen de succesvolle delen worden gecombineerd.
Kies één kernvraag. Een kartonnen model kan afmetingen testen, een breadboard de elektronica, een 3D-print de passing en een eenvoudig script de logica. Bouw niet alles tegelijk als de grootste onzekerheid nog onbekend is.
CAD is nuttig voor maatvoering, herhaalbaarheid en onderdelen die later gewijzigd worden. Handwerk is vaak sneller voor een eerste ruwe proef. Gebruik de methode die de vraag het snelst beantwoordt.
Bewaar schetsen, maten, componentnummers, softwareversie, testresultaten en waarom een wijziging is gedaan. Foto’s met notities zijn vaak al genoeg om te voorkomen dat een mislukte stap later wordt herhaald.
3D-printen, Elektronica, Digitaal, Metaalbewerking, Houtbewerking en Wetenschap en experimenten kunnen in één prototype verschillende rollen hebben.